provider

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·vi·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord provider providers
verkleinwoord providertje providertjes

Zelfstandig naamwoord

provider m

  1. organisatie die, al dan niet tegen betaling, (elektronische) diensten aanbiedt (b.v. toegang verleent tot internet)
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl