provenir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Catalaans

stamtijd
tegenw.
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
provinc provenia provingut
3e vervoeging volledig

Werkwoord

provenir

  1. afkomstig zijn (van), voortvloeien (uit)


Spaans

Uitspraak
  • IPA: /pɾoβeníɾ/
Woordafbreking
  • pro·ve·nir

Werkwoord

provenir

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
provenir
provenía
provenido
volledig
  1. (overgankelijk) afkomstig zijn van, voortvloeien uit
Synoniemen