Naar inhoud springen

propaganda

Uit WikiWoordenboek
  • pro·pa·gan·da
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘reclame’ voor het eerst aangetroffen in 1850 [1]
  • Van het Latijnse gerundium propaganda, van propagare, "voortplanten, uitbreiden".
enkelvoud meervoud
naamwoord propaganda -
verkleinwoord

depropagandav/m

  1. (politiek) activiteiten of materiaal gericht op het beïnvloeden van de mening of het gedrag van grote groepen mensen waarin niet zelden gelogen wordt
    • Hij geloofde ze net zomin als de propaganda aan het begin, toen bijvoorbeeld werd beweerd dat de kogels van de moffen zo zacht waren dat ze onder daverend gelach van de Franse regimenten als beurse peren op hun uniform te pletter sloegen. [2] 
    • Hitler gebruikte de Spelen van 1936 als propaganda voor zijn idealen. 
     Daar had ze eerlijk gezegd geen idee van gehad, wat pijnlijk was omdat ze zich blijkbaar had laten beïnvloeden door alle propaganda over de joodse dreiging door te geloven dat het er op zijn minst vele malen meer waren.[3]
     Beslissend is ook dat hij tot zijn afgrijzen ontdekt hoe de strijd in Barcelona, die hij met eigen ogen heeft gezien, in de communistische propaganda op totaal andere wijze wordt weergegeven.[4]
     In het dorp van mijn ouders wonen genoeg mensen die zeggen dat de Bosnische Serviërs niks hebben gedaan, maar dat we het slachtoffer zijn van de propaganda van de Amerikanen.[5]
  • propaganda maken voor
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]
enkelvoud meervoud
propaganda -

propaganda

  1. (politiek) propaganda
  • pro·pa·gan·da
enkelvoud meervoud
nominatief   propaganda     propagandalar  
genitief   propagandanın     propagandaların  
datief   propagandaya     propagandalara  
accusatief   propagandayı     propagandaları  
locatief   propagandada     propagandalarda  
ablatief   propagandadan     propagandalardan  

propaganda

  1. (politiek) propaganda