proosten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Proosten.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • proos·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
proosten
proostte
geproost
zwak -t volledig

Werkwoord

proosten

  1. inergatief het glas heffen en een gelukwens uitbrengen
    • Zij proostten op een goede afloop. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be