proosten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Proosten.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • proos·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
proosten
proostte
geproost
zwak -t volledig

Werkwoord

proosten

  1. inergatief het glas heffen en een gelukwens uitbrengen
    • Zij proostten op een goede afloop. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie