programmetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·gram·me·tje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

programmetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord program

Gangbaarheid