programmatisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·gram·ma·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen programmatisch programmatischer
verbogen programmatische programmatischere
partitief programmatisch programmatischers -

Bijvoeglijk naamwoord

programmatisch

  1. volgens een van tevoren gemaakt (politiek) programma
    • Als je goed kijkt, zie je een subtiele kink in de typografische kabel tussen naam en boektitel. Dat is programmatisch voor de roman, die gaat over schrijverschap, maar tegelijk over intimiteit. Buitenkant versus binnenkant, beroemdheid versus eenzaamheid, afstandelijkheid versus nabijheid: in Vergeet de meisjes switcht Mathijsen voortdurend tussen uitersten. [2] 
    • In het open innovatiecentrum I-Botics wordt programmatisch onderzoek gedaan, met als doel praktische gerobotiseerde innovaties en applicaties te ontwikkelen die bijvoorbeeld een veilige werkomgeving mogelijk maken of fysiek zwaar werk verlichten. In de komende maanden werken beide partijen samen met relevante partners in het veld aan het detailleren van een ontwikkelprogramma. [3] 
  2. met betrekking tot het programmeren
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. de Standaard VRIJDAG 6 OKTOBER 2017
  3. Tubantia 21-06-2016