profteam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prof·team
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord profteam profteams
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

profteam o

  1. (sport) team dat bestaat uit sporters die hun sport uitoefenen als betaald beroep
    • Schaatser Gerben Jorritsma heeft zijn contract bij het profteam van LottoNL-Jumbo verlengd. De 22-jarige Drent blijft tot medio 2018 uitkomen voor de formatie van coach Jac Orie, meldde het team dinsdag. [1] 
    • Johnny Hoogerland, nu nog rijdend in Italiaanse dienst (Androni Giocattoli), is de eerste renner van de nieuwe wielerploeg Roompot Orange. Hij maakte, hoewel het contract nog moet worden ondertekend, zijn komst woensdagavond bekend in het programma Knevel en Van den Brink. Daar was Michael Boogerd te gast om het procontinentale profteam te presenteren. [2] 
    • De 5-0 is tevens een evenaring van de grootste overwinning van een amateurclub tegen een profteam. Twee keer eerder was het verschil vijf goals. De laatste keer dateert uit het seizoen 2012/2013, toen ADO'20 met 6-1 van FC Eindhoven won. [3] 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen