prison

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·son
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prison prisons
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

prison o

  1. (misdaad) plaats waar mensen vanwege een delict gevangen worden gehouden
     Het Diepe Dal' werd dan geruild voor een verbeteringsgesticht ergens in het Vlaamse land, Kortrijk of Brugge, ik weet het niet meer zo goed niet en dat verbeteringsgesticht had het regime van een prison.[2]
Synoniemen
Opmerkingen

Gangbaarheid

  • frequentie in teksten in het Nederlands uit België, op een 7-puntsschaal: [3]
        3
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [3]
        1

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Rosalie niemand in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, prison
  3. 3,0 3,1 3,2
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, prison


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
prison prisons

Zelfstandig naamwoord

prison

  1. (misdaad) gevangenis
    «To be in prison
    In de gevangenis zitten.
Verwante begrippen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  prison     le prison     prisons     les prisons  

Zelfstandig naamwoord

prison m

  1. (misdaad) gevangenis