Naar inhoud springen

priser

Uit WikiWoordenboek
  • pri·ser
Naar frequentie 6918

priser

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van prise

priser

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van pris

priser

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van prise
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
priser
prisais
prisé
eerste groep volledig

priser

  1. overgankelijk waarderen [2], appreciëren
  2. overgankelijk (verouderd) (de prijs) schatten
  • pri·ser
Naar frequentie 7207

priser

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van prise

priser

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van pris

priser

  1. nominatief onbepaald mannelijk en vrouwelijk meervoud van prise
  • pri·ser

priser

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van prisa

priser

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van prise

priser

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van prisa

priser

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van prise

priser

  1. nominatief onbepaald vrouwelijk meervoud van prise