priores

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·o·res
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van prior met het achtervoegsel -es
enkelvoud meervoud
naamwoord priores prioressen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

priores v [1]

  1. vrouwelijk hoofd van een nonnenklooster
     Sinds 1878 dragen ze de naam ”Benedictinessen van Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen”. In dat jaar kwam er een priores aan het hoofd van de gemeenschap te staan.[2]
     De paus had de nonnen van het Karmelietessenklooster in Lucena een paar minuten voor de jaarwisseling gebeld. Hij had priores Adriana en andere nonnen vijftien jaar geleden in Argentinië ontmoet en sindsdien niet meer gesproken.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Hans Polderman “„Leven en vrede” in abdij Schotenhof bij Antwerpen (fotoserie)” (15-06-2012), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink Weblink bron “Nonnen lopen belletje paus mis” (04-01-2014), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be