prion

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·on
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘eiwitachtig infectieus deeltje’ voor het eerst aangetroffen in 1992 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord prion prionen
verkleinwoord prionnetje prionnetjes

Zelfstandig naamwoord

prion o

  1. (medisch) besmettelijk ziekmakend deeltje dat ontstaat uit normale eiwitten die onder andere voorkomen in de hersenen en onder andere BSE (gekke-koeienziekte), scrapie en het creutzfeldt-jakobsyndroom kan veroorzaken
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
27 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen