print

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • print
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord print prints
verkleinwoord printje printjes

Zelfstandig naamwoord

print m

  1. afdruk
    • Met onze printers hoeft u nooit lang op uw prints te wachten. 
  2. een patroon op of in een stof
    • Ze heeft een mooie print op het zitgedeelte van haar broek. 
  3. (elektrotechniek) gedrukte schakeling t.b.v. elektronische bedrading (afkorting van printplaat)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
printen

print

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van printen
  2. gebiedende wijs van printen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
print prints

Zelfstandig naamwoord

print

  1. afdruk, prent
vervoeging
onbepaalde wijs to print
he/she/it prints
verleden tijd printed
voltooid
deelwoord
printed
onvoltooid
deelwoord
printing
gebiedende wijs print

Werkwoord

print

  1. drukken, afdrukken