prins

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prins
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prins prinsen
verkleinwoord prinsje prinsjes

Zelfstandig naamwoord

prins m

  1. (adel) hoogste adellijke titel van een man of jongen
  2. (adel) laagste koninklijke titel van een man of jongen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • voor de prins draaien
draaien van een molen zonder dat er nuttige arbeid wordt verricht
  • De Berkellandse windmolens draaiden zaterdag op Nationale Molendag 'voor de Prins': Dat is molenaarstaal voor onbelast draaien. "De uitdrukking stamt uit de Tachtig Jarige oorlog. Om de Spanjaarden te doen geloven dat er nog voedsel in overvloed was en ze beter niet konden aanvallen, lieten molenaars hun molen onbelast draaien.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Tubantia 08-05-10