prijsden af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prijs·den af
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afprijzen

prijsden (…) af

  1. meervoud verleden tijd van afprijzen
    • Wij prijsden af. 
    • Jullie prijsden af. 
    • Zij prijsden af. 

Gangbaarheid