priemgetalletje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • priem·ge·tal·le·tje

Zelfstandig naamwoord

priemgetalletje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord priemgetal