prevelden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·vel·den

Werkwoord

vervoeging van
prevelen

prevelden

  1. meervoud verleden tijd van prevelen
    • Wij prevelden. 
    • Jullie prevelden. 
    • Zij prevelden.