prettige
Uiterlijk
- pret·ti·ge
prettige
- verbogen vorm van de stellende trap van prettig
- ▸ Het is een prettige gedachte dat de suiker hier in de republiek blijft.[1]
- ▸ Ze informeert naar hun welzijn en refereert aan de brief die zij stuurden met de bijgesloten foto's van hun kinderen voor mijn vaders verjaardag: Piet heeft dit jaar op 12 november niet zo'n heel prettige verjaardag gehad.[2]
- ▸ Nu, ik wens jullie prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar toe, want dat is het zo weer.[2]
- ▸ Maar het is een prettige manier van klagen, want ik heb opvallend goede zin.[3]
- Het woord prettige staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - 1 2 Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280