pretentie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ten·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘aanspraak’ voor het eerst aangetroffen in 1580 [1]
  • afgeleid van het Latijnse pretentio (met het voorvoegsel pre-) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord pretentie pretenties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pretentie v [3]

  1. aanspraak, claim, eis
  2. aanmatiging, eigenwaan, verwaandheid
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen