prescriptief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pres·crip·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen prescriptief prescriptiever prescriptiefst
verbogen prescriptieve prescriptievere prescriptiefste
partitief prescriptiefs prescriptievers -

Bijvoeglijk naamwoord

prescriptief

  1. van de aard van een voorschrift, voorschrijvend

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.