prematuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ma·tuur
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vroegtijdig’ voor het eerst aangetroffen in 1635 [1]
  • afgeleid van het Franse prémature (met het voorvoegsel pre-) [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen prematuur prematuurder prematuurst
verbogen premature prematuurdere prematuurste
partitief prematuurs prematuurders -

Bijvoeglijk naamwoord

prematuur

  1. voorbarig
    • Stop toch met het maken van die premature conclusies! 
  2. (medisch) te vroeg geboren
    • Hier ligt een prematuur kind. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen