prehistorisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·his·to·risch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen prehistorisch prehistorischer
verbogen prehistorische prehistorischere
partitief prehistorisch prehistorischers -

Bijvoeglijk naamwoord

prehistorisch

  1. (geschiedenis) van, behorend tot, m.b.t. de prehistorie
  2. (schertsend) erg ouderwets (ouwe meuk)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.