preekstoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • preek·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord preekstoel preekstoelen
verkleinwoord preekstoeltje preekstoeltjes

Zelfstandig naamwoord

preekstoel v/m

  1. een hoog spreekgestoelte dat vaak in een kerk te vinden is
    • De oude preekstoel heeft prachtig houtsnijwerk. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie