preekstoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • preek·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord preekstoel preekstoelen
verkleinwoord preekstoeltje preekstoeltjes

Zelfstandig naamwoord

preekstoel v/m

  1. een hoog spreekgestoelte dat vaak in een kerk te vinden is
    • De oude preekstoel heeft prachtig houtsnijwerk. 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be