precieus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ci·eus
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen precieus precieuzer precieust
verbogen precieuze precieuzere precieuste

Bijvoeglijk naamwoord

precieus

  1. nauwkeurig, verfijnd
    De schrijver beschrijft op precieuze wijze de voorwerpen.
  2. bekakt, gemaakt deftig, overdreven fijnzinnig
    Achter het raam zaten twee dames met precieuze gebaartjes thee te drinken.[1]
    Meneer de wijnkenner. Gaat straks precieus zitten nippen aan mousserende vuiligheid, die de kruidenier nog niet voor een knaak zou durven verkopen.[2]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. J. Bernlef, Buiten is het maandag
  2. S. Carmiggelt, Duiven melken & Alle orgels slapen