preach

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
  • IPA: /priːtʃ/
vervoeging
onbepaalde wijs to preach
he/she/it preaches
verleden tijd preached
voltooid
deelwoord
preached
onvoltooid
deelwoord
preaching
gebiedende wijs preach

Werkwoord

preach

  1. prediken