pratend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pra·tend

Deelwoord

deelwoord
onverbogen pratend
verbogen pratende
vervoeging van
praten

pratend onvoltooid deelwoord van praten

  1. attributief gebruikt
    • In het café stonden druk gebarende, luid pratende jongemannen en vrouwen. 
    • Overal stonden groepjes pratende mensen. 
  2. bijwoordelijk gebruikt
    • Ik vind dat ik goed gehandeld heb, door het pratend op te lossen. 
    • We brachten enige tijd rustig pratend in zijn kamer door.