pramen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pra·men

Zelfstandig naamwoord

pramen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord praam

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders
50 % van de Vlamingen.