Naar inhoud springen

praatte

Uit WikiWoordenboek
  • praat·te
vervoeging van
praten

praatte

  1. enkelvoud verleden tijd van praten
    • Ik praatte. 
    • Jij praatte. 
    • Hij, zij, het praatte. 
    ▸ Pogue floot een oude countryhit en Goldie verslond drie pannen pasta en praatte met volle mond aan één stuk door.[1]
    ▸ Vanmiddag tijdens het lopen, praatte ik met Emil, terwijl ik mijn hoofd ophief naar de wuivende boomkruinen.[2]
  1. ↑
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280