Naar inhoud springen

praatlustig

Uit WikiWoordenboek
  • praat·lus·tig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen praatlustigpraatlustigerpraatlustigst
verbogen praatlustigepraatlustigerepraatlustigste
partitief praatlustigspraatlustigers-

praatlustig

  1. geneigd zijn om veel te praten, een grote lust tot kletsen hebben, of veel willen vertellen
     Hij schuift aan, fris gedoucht na een veldtraining en een krachttraining. (…) Twee interviews deze woensdag, praatlustig als hij is na zijn twee goals vorig weekend tegen NEC.[2]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 9 september 2025 Weblink bron
    Steven Verseput
    “‘Ik deed dingen waar ik later droevig van werd’” (3 februari 2017) op nrc.nl op Wikipedia