praampje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praam·pje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van praam met het achtervoegsel -pje

Zelfstandig naamwoord

praampje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord praam