potter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[2] potter
Uitspraak
Woordafbreking
  • pot·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord potter potters
verkleinwoord pottertje pottertjes

Zelfstandig naamwoord

potter m

  1. iemand die zijn geld oppot
  2. (verouderd) pottenbakker
  3. soort schip
Synoniemen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.