pottenbakker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een pottenbakker.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pot·ten·bak·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van potten en de stam van bakken met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord pottenbakker pottenbakkers
verkleinwoord pottenbakkertje pottenbakkertjes

Zelfstandig naamwoord

pottenbakker m

  1. (beroep), (kunst) iemand die klei vormt en er aardewerk van bakt
    Hij wil pottenbakker worden.