postuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pos·tu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
postuleren
postuleerde
gepostuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

postuleren

  1. (overgankelijk) zonder bewijs aannemen
    Hij postuleerde de stelling van de leraar.
  2. (inergatief) (religie) een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen
    postuleren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl