postuleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pos·tu·le·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
postuleren
postuleerde
gepostuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

postuleren [2]

  1. overgankelijk zonder bewijs aannemen
    • Hij postuleerde de stelling van de leraar. 
  2. inergatief (religie) een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen