positiejurk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

positiejurk
Uitspraak
Woordafbreking
  • po·si·tie·jurk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord positiejurk positiejurken
verkleinwoord positiejurkje positiejurkjes

Zelfstandig naamwoord

positiejurk v/m

  1. (kleding) wijde jurk voor een zwangere vrouw
    • Ze sommen op: de burgemeester van Laren kwam langs en bracht hen in contact met het arbeidsbureau voor werk. Hij wil als vakkenvuller beginnen, zij als vrijwilliger in de noodopvang. Zij kreeg een extra echo en weet nu dat ze een meisje verwacht, ‘Maria’ noemen ze haar voorlopig. Daarna kwam er een vrijwilligster aan de deur met een positiejurk en twee rompertjes voor de baby. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Jutta Chorus 20 juni 2016
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be