Naar inhoud springen

portugisisk

Uit WikiWoordenboek

Deens

Zelfstandig naamwoord

portugisisk

  1. (taal) Portugees

Bijvoeglijk naamwoord

portugisisk

  1. Portugees

Verwijzingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·tu·gi·sisk
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 29103
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud portugisisk mer portugisisk mest portugisisk
o enkelvoud portugisisk
meervoud portugisiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
portugisiske mer portugisisk mest portugisiske

Bijvoeglijk naamwoord

portugisisk

  1. (demoniem) Portugees
Hyperoniemen
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   portugisisk     portugisisken     portugisisker     portugisiskene  
genitief   portugisisks     portugisiskens     portugisiskers     portugisiskenes  
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   portugisisk     - - -     - - -     - - -  
genitief   portugisisks     - - -     - - -     - - -  

Zelfstandig naamwoord

portugisisk, m / o

  1. (taal) Portugees


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·tu·gi·sisk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud portugisisk meir portugisisk mest portugisisk
o enkelvoud portugisisk
meervoud portugisiske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
portugisiske meir portugisisk mest portugisiske

Bijvoeglijk naamwoord

portugisisk

  1. (demoniem) Portugees
Hyperoniemen
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   portugisisk     portugisisken     portugisiskar     portugisiskane  
o enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   portugisisk     - - -     - - -     - - -  

Zelfstandig naamwoord

portugisisk, m / o

  1. (taal) Portugees