portretteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·tret·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
portretteren
portretteerde
geportretteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

portretteren [1]

  1. overgankelijk een portret maken
  2. overgankelijk (figuurlijk) met woorden beschrijven

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen