portefeuille

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • por·te·feuil·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opbergmap(je) voor papieren’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • Afgeleid van het Frans: porter ("dragen") + feuille ("blad") [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord portefeuille portefeuilles
verkleinwoord portefeuilletje portefeuilletjes

Zelfstandig naamwoord

portefeuille m

  1. platte houder voor geld, kredietkaarten, naamkaartjes en dergelijke
  2. de taak die een bestuurder heeft met de daaraan gekoppelde afdeling met ambtenaren
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen