Naar inhoud springen

populariteit

Uit WikiWoordenboek
  • po·pu·la·ri·teit
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het geliefd zijn bij het volk’ voor het eerst aangetroffen in 1795 [1]
  • Van het Franse popularité of het Latijnse 'popularitas' of van populair met het achtervoegsel -iteit [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord populariteit populariteiten
verkleinwoord - -

depopulariteitv

  1. de mate waarin iets of iemand geliefd is bij grote delen van de bevolking
    • Obama's populariteit is tanende. 
     Zo snel als TMF opkwam, zo snel verdween de zender ook weer van het toneel. Een hoop vj's vertrokken naar concurrenten. Na 2008 begon de populariteit snel af te nemen en in de eerste maanden van 2011 was de zender alleen nog van 06.00 uur tot 15.00 uur op tv.[3]
     Prinses Elfilda dankt haar populariteit grotendeels aan haar verbazingwekkende schoonheid, hoewel er ook iets in haar karakter zit dat het grote publiek aantrekt. Ze zegt weinig, en als ze al een keertje haar mond opendoet, komen de woorden er aarzelend uit, zodat ze een bedeesde indruk maakt, een indruk die nog eens wordt versterkt door de manier waarop ze haar hoofd naar beneden houdt en door haar lange wimpers omhoogkijkt.[4]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]