poolijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

poolijs bij de Noordpool
Uitspraak
Woordafbreking
  • pool·ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord poolijs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

poolijs o [1]

  1. uitgebreide gebieden met ijs rond de Noordpool en Zuidpool
    • Vorige week werd bekend dat het grootste stuk poolijs ooit is afgebroken, misschien hoorde u erover in de media. Bij Antarctica brak een stuk ijs van 190 meter dik en 5800 vierkante kilometer af: even groot als Drenthe en Overijssel bij elkaar.[2] 
    • Geologen weten dat het klimaat op aarde al vanaf de oertijd varieert. Nog geen 10.000 jaar geleden strekte het poolijs zich uit tot Nederland waar in de Hondsrug in Drente de gletschers het zand tot heuvels opstuwde.[3] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf ROBERT SCHUCKINK KOOL 17 jul. 2017 Kernenergie, toch nog eens overwegen?
  3. de Telegraaf 01 jun. 2017 ’Heeft Trump gelijk?’