pomparm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pomp·arm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pomparm pomparmen
verkleinwoord pomparmpje pomparmpjes

Zelfstandig naamwoord

pomparm m

  1. (techniek) de pomparm laat de pompzuiger op en neer gaan
    • Een pomp met een groot debiet heeft een grote pomparm. 

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.