polsdik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pols·dik
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen polsdik
verbogen polsdikke
partitief polsdiks

Bijvoeglijk naamwoord

polsdik

  1. zo dik als de pols van een mens
    • Als Linda met vier jaar te groot is voor het fotowerk, wordt ze levend ’ingemetseld’ in een schuurtje met polsdikke tralies. Vanaf dat moment is de buitenwereld haar vergeten. En ook eigenaar Pedro, die duizenden euro’s aan haar verdiende door de chimpansee op de foto te zetten met een niet aflatende stroom toeristen, kijkt nauwelijks nog naar haar om. [1] 
    • „Zo klein als onze keuken is, zo groot is onze moeite om onze gasten iets origineels voor te zetten”, aldus de gastheer. Dat begint met de ingrediënten. De kruiden worden vers geplukt in de Kruidenhof aan de overkant van de rivier, het meel voor het brood komt van de watermolen en de polsdikke prei komt van een duurzame teler uit de buurt. [2] 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Telegraaf MARK VELDKAMP 10 sep. 2014 Linda na dertig jaar bevrijd
  2. De Telegraaf ROBERT B.P. VAN WEPEREN 01 nov. 2014 Nederland-Duitsland 1-1