politici

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·ti·ci

Zelfstandig naamwoord

politici mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord politicus

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.