policier
Uiterlijk
- po·li·cier
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | policier | policiers |
| verkleinwoord | - | - |
de policier m
- Het woord policier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord | |
| mannelijk | policier | le policier | policiers | les policiers |
| vrouwelijk | policière | la policière | policières | les policières |
policier m
- (ordehandhaving) (beroep) politieagent
- benaming voor verhalen waarin misdaden worden opgelost, in de vorm van een boek, tv-programma, film of een reeks daarvan
- [1] agent de police
- [2] polar (spreektaal)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | policier | policiers |
| vrouwelijk | policière | policières |
policier
- politie-; wat te maken heeft met de politie
- ↑ policier (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Ordehandhaving in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ier in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Ordehandhaving in het Frans
- Beroep in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans