polariteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·la·ri·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord polariteit polariteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

polariteit v

  1. (elektrotechniek) de eigenschap hebben om polen te bezitten
  2. (elektrotechniek) de eigenschap hebben om polair tegengesteld te zijn wat dan vaak wordt uitgedrukt met negatief en positief
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen