pof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pof
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘plooi’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1776 [1]

Werkwoord

vervoeging van
poffen

pof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poffen
    • Ik pof. 
  2. gebiedende wijs van poffen
    • Pof! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poffen
    • Pof je? 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.

Verwijzingen