podiumplek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·di·um·plek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord podiumplek podiumplekken
verkleinwoord podiumplekje podiumplekjes

Zelfstandig naamwoord

podiumplek v/m

  1. de plaatsen 1,2 en 3 bij een wedstrijd waarvoor iemand de gouden, zilveren of bronzen medaille ontvangt
     Het zat Susan Krumins helemaal niet lekker. Ze ging bij de EK cross in Hilvarenbeek voor het goud, maar het werd zelfs geen podiumplek. ‘Ik loop elke wedstrijd alsof het mijn laatste is. Ik wil laten zien wat ik kan.’[1]
     Er was berusting. Max Verstappen klonk al direct na de finish genuanceerd. Hij kon niet anders dan erkennen dat Mercedes, lees Lewis Hamilton, op de Hungaroring net wat sneller en slimmer was geweest. Met plaats twee, zijn eerste podiumplek op dit circuit, kon hij al snel leven.[2]


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Rob Gollin “Te grote ambitie kost Krumins een medaille bij EK cross” (9 december 2018), de Volkskrant
  2. Bronlink Weblink bron Tim Engelen en Rik Spekenbrink “Hamilton wint in Hongarije na tactische meesterzet Mercedes, Verstappen tweede” (04-08-2019), Tubantia