pocherij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·che·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pocherij pocherijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pocherij v [1]

  1. op een te trotse manier zeggen of laten zien hoe goed je wel bent
    • Is het pocherij? Dat bestrijd ik. Je boekenbezit is toch een deel van je particuliere geschiedenis. Ze langs de wanden van je kamers te zien staan biedt tevredenheid en rust: er is altijd wat te lezen. Ik loop er nu weleens langs met mijn kinderen: “Dit zou je moeten lezen, en dit. En o, dit is zo’n mooi boek.” [2] 
    • Ընկերներ և ծանոթներ, Բարի՜ վերադարձ! De schaarse bollebozen onder u weten onmiddellijk dat het hier de traditionele Armeense vriendengroet betreft. Dit is geen fanfaronnade, noch pocherij met mijn alom geprezen polyglotheid, want ik heb een en ander ook maar gewoon uit de vertaalmachine van Google getrokken. [3] 
    • Maar al deze geweldige pocherij had ik wel nodig om duidelijk te maken hoe bijzonder het was om erbij te zijn, toen. Want het concert? Mja. Het concert was gewoon zoals Streisand nou eenmaal is, de laatste jaren: een beetje te glad. Een beetje cliché. Een beetje middle of the road. Niet zo goed als vroeger, toen ze nog ongelukkig was in de liefde. Toen ze nog stond te zingen alsof haar leven en de liefde ervan afhingen. [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. HP de Tijd FRANK POORTHUIS 9 MRT 2012 Bol
  3. HP de Tijd MR. G.H.B. HILTERMANN 29 OKT 2018 Hiltermann bezoekt de parel van de Kaukasus: Armenië
  4. NRC Claudia de Breij 6 juni 2013 De frisse, blije woede van Barbra
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be