pocherig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·che·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pocherig pocheriger pocherigst
verbogen pocherige pocherigere pocherigste
partitief pocherigs pocherigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pocherig [2]

  1. een opschepperige, al te trotse en zelfverzekerde manier van doen
    • Voor de duidelijkheid: ik post die selfies met celebs niet voor mijn eigen lol op Twitter en Instagram. Ik vind het nogal gênant, een tikkeltje kinderlijk en pocherig. ‘Kijk mij nou’. Daarbij verbleek je gewoon naast een model of actreutel die doorgaans twee koppen groter, véél slanker en goed gemake-upt is. Maar goed, jullie willen zien dat ik er echt ben, er naast sta en de grote namen spreek dus daarom die celebselfies. Ik heb er een tijd geleden een blog over geschreven dat ik de schaamte voorbij ben, dus vooruit. [3] 
    • De makers van Juno en Young Adult nemen de kijker mee in een uitputtingsspiraal, tegelijk weten ze daar een verrassend komische film van te maken. Voor ieder rauw moment zijn er talloze grappige details. Zo neemt het dochtertje van Marlo’s pocherige broer deel aan een talentenjacht met haar pilateskunsten. [4] 
    • Zijn vertrek is zijn eigen keuze, liet Bolland bij de bekendmaking in januari nadrukkelijk weten. Ook nu zegt hij: „Na tien jaar detailhandel in Engeland wilde ik graag weer iets compleet anders gaan doen.” Wat, dat weet hij nog niet. Hij laat de mogelijkheden „bewust” even op zich afkomen. „Het klinkt pocherig, maar ik heb redelijk wat telefoontjes gehad.” [5] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen