Naar inhoud springen

poche

Uit WikiWoordenboek
  • po·che
vervoeging van
pochen

poche

  1. aanvoegende wijs van pochen


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  poche     la poche     poches     les poches  

poche v

  1. buidel
  2. zak [2]
vervoeging van
pocher

poche

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van pocher
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van pocher
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van pocher