pluksel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pluk·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pluksel pluksels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pluksel o [2]

  1. wat afgeplukt is, het geplukte
  2. tot draden uitgehaald weefsel (te gebruiken als verbandmiddel)
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen