pluimpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pluim·pje
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van pluim met het achtervoegsel -pje

Zelfstandig naamwoord

pluimpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pluim

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.